Beschrijving Beroepsperspectief HBO-pedagogiek

De opleiding heeft naast de betekenis voor uw persoonlijke ontwikkeling de volgende beroepsperspectieven. In de beschrijvingen is steeds een relatie gelegd met de eindkwalificaties van de opleiding. Studenten die graag meer informatie willen over de eindkwalificaties van de opleiding en de daaraan gekoppelde leerdoelen kunnen contact opnemen met het secretariaat.

De HBO-opleiding Pedagogiek

Jeugdzorg
De HBO-pedagogiekopleiding bereidt u voor op eerste- en tweedelijns functies in de jeugdzorg, waarbij in de opleiding van de SPO vergeleken met andere HBO- pedagogiekopleidingen het accent ligt op tweedelijns functies. De jeugdzorg kent verschillende subdisciplines, bijv. jeugdwelzijn, jeugdhulpverlening, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. De opleiding verschaft toegang tot het register Jeugdzorgwerker.
Tweedelijns functies zijn functies waarin u als pedagoog minder rechtstreeks contact heeft met de doelgroep. In deze functies staan professionals in hun werk naast de directe opvoeders en ontvangers van opvoeding. Tot hun takenpakket behoort: voorlichting, advisering, coördinatie, toezicht houden, onderzoek, ontwikkeling en beleid voorbereiden. Ze onderhouden contacten met andere professionals (artsen, verpleegkundigen, leidsters kinderdagverblijf, leraren, inrichting medewerkers, groepswerkers, logopedisten, ergotherapeuten, juristen etc.) en vervullen ondersteunende en coördinerende taken.
Maar vaak zien we dat banen in de Jeugdzorg zowel tweedelijns als eerstelijns functie-inhouden hebben. In eerstelijns functie-inhouden is er wel direct contact met de doelgroep. Zo moet een gezinscoach zowel keukentafel gesprekken voeren, als de inzet van ondersteuners coördineren.
Theorie: Zowel voor eerste- als tweedelijns functies in de Jeugdzorg is het van belang dat professionals in staat zijn vanuit een theoretisch kader te reflecteren op de pedagogische praktijk. Dit stelt hen in staat een reflectieve professional (reflective practitioner) te zijn, die op basis van kennis praktijken in de jeugdzorg kan begrijpen en bevragen. In eerstelijns functies of taken gaat het dan vooral om een kritische houding ten opzichte van de eigen beroepspraktijk, in tweedelijns functies gaat het om een kritische houding ten opzichte van vraagstukken die zich aandienen en het handelen van professionals daarbinnen.
Beroepshouding: De jeugdzorgwerker heeft door zijn opleiding en ervaringen een beroepshouding ontwikkeld, gebaseerd op wetenschappelijke kennis van effectieve werkwijzen èn gebaseerd op een mens- en kindbeeld en op een maatschappelijke visie. De professional is zich bewust van de basis van zijn beroepshouding en is om die reden ook in staat nieuwe kennis en opvattingen te integreren in zijn beroepshouding.
Vaardigheden: De student beschikt over beroepsvaardigheden die zijn geëxpliciteerd in het beroepsprofiel van de Jeugdzorgwerker en beschikt bovendien over academische vaardigheden. Deze laatste vaardigheden zijn belangrijk voor eerstelijns functies, omdat van deze HBO professionals bijvoorbeeld een onderzoekende houding en schrijfvaardigheden worden verwacht. Deze vaardigheden zijn onontbeerlijk voor tweedelijns functies, omdat binnen deze functies adequate communicatie (zowel schriftelijk als mondeling) vereist is met professionals van verschillend opleidingsniveau, o.a. met gedragswetenschappers. De HBO-pedagoog moet in staat zijn met hen van gedachten te wisselen over uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.

Onderwijsbegeleiding
Binnen de HBO-opleiding Pedagogiek van de SPO is er veel aandacht voor onderwijs, een beroepsveld waar veel pedagogische professionals werken. Er werken vooral leraren, maar er zijn ook onderwijsondersteuners en leerlingbegeleiders werkzaam op scholen. Deze functies kunnen door HBO-pedagogen worden vervuld.
Theorie: Voor functies op het gebied van onderwijsbegeleiding moet de student kennis hebben van bijvoorbeeld het onderwijsstelsel, maar ook van de inrichting van het Nederlandse Jeugdzorgsysteem. Hij moet kennis hebben van verschillende pedagogische opvattingen en normatieve kaders. Maar hij heeft ook bijvoorbeeld verstand van organisaties en organisatieverandering. Vanuit dergelijke kennis kan hij situaties in onderwijsinstellingen begrijpen en bevragen.
Beroepshouding: Een ondersteuner in het onderwijs moet vooral goed kunnen luisteren naar docenten en hen in staat stellen zoveel mogelijk zelf problemen aan te pakken. Dit vraagt om een coachende houding. Deze beroepshouding staat centraal, maar de professional moet hieraan zelf nader invulling geven en blijven geven, op basis van visies op de onderwijspraktijk en op de rol van de docent.
Vaardigheden: De onderwijsondersteuner beschikt over beroepsvaardigheden die zijn onderscheiden door Lbib en over academische vaardigheden als systematische informatieverzameling. Deze laatste vaardigheden stellen hem in staat op de hoogte te blijven van resultaten van pedagogisch en onderwijskundig onderzoek en actieve participatie in discussies over zijn vakgebied, bijvoorbeeld in studiedagen.

Universitaire masteropleiding
Ook kunt u uw beroepskwalificatie verbeteren door na het volgen van de academische route verder te gaan met de universitaire masteropleiding Pedagogiek of de masteropleiding Onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.